Communicatie

Marjolein Coppens doet onderzoek naar problemen met horen en spreken bij mensen met een verstandelijke beperking. Uit een inventarisatie onder verzorgers en begeleiders in de praktijk bleek dat zij vragen en zorgen hadden over horen en spreken van hun clienten. Deze zorgen hadden er mee te maken dat mensen met een verstandelijke beperking door slecht horen vaak moeilijk toegankelijk zijn, en door slechte verstaanbaarheid vaak slechter begrepen worden.

Het doel van dit onderzoek is om een theoretische basis te leggen voor het ontwikkelen van nieuwe mogelijkheden om de communicatieve achteruitgang bij mensen met een cognitieve beperking tegen te gaan. Het onderzoek is opgedeeld in de onderwerpen horen en spreken.

‚Äč
 

Horen
 

Uit literatuurstudie blijkt dat communicatieproblemen vaak voorkomen bij mensen met Downsyndroom en dat problemen met spraak en taal gerelateerd zijn aan een slecht auditief geheugen. Slechthorendheid komt vaak voor en het effect van traditionele hoortoestellen stemt niet altijd tot tevredenheid. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van hoorrevalidatie lijken veelbelovend.In de studie naar de voordelen van audiologische revalidatie ontvingen slechthorende volwassenen met een verstandelijke beperking hoortoestellen. Deze waren speciaal aangemeten en ingesteld op persoonlijke wensen en vermogens, in nauwe samenwerking met familie en begeleiders.

Een half jaar na het aanmeten en gaan dragen van de hoortoestellen blijken alle deelnemers hun hoortoestellen dagelijks te dragen. De begeleiders van de deelnemers beoordeelden het voordeel van het dragen van hoortoestellen als laag en soms zelfs als negatief. De begeleiders van cliënten die bij de screening slechthorend bleken beoordeelden aanzienlijk negatiever dan de begeleiders die van tevoren slechthorendheid vermoedden. Het bewust zijn van het gevolg van slechthorendheid is waarschijnlijk van invloed op de resultaten.


 

Spreken

 

Het onderdeel spreken van het onderzoek richt zich op spraak en suggesties voor verbetering van de spraakkwaliteit bij volwassenen met verstandelijke beperkingen. Een literatuurstudie brengt bestaande kennis en onderzoeksresultaten bij volwassenen met Down syndroom in kaart.
Een studie naar niet-vloeiendheden in de spraak van volwassenen met lichte en matige verstandelijke beperking toonde aan dat 79% van de deelnemers kenmerken had van een niet-vloeiendheidsstoornis. De spraak bevatte in hoge mate broddel-kenmerken (zoals herhaling en interjecties zoals 'eh'). Opvallend is dat geen van de deelnemers als stotteraar kon worden gediagnosticeerd.

Verdiepend onderzoek toont aan dat er niet zozeer sprake is van een vertraagde spraakontwikkeling, maar wel van een afwijkend doorlopen van de spraakontwikkeling waarbij sommige spraakklanken niet volledig zijn geïntegreerd in het systeem. De patronen die in deze studie gevonden zijn komen niet overeen met een vertraagde spraakontwikkeling zoals die wordt gezien bij kinderen met een ontwikkelingsstoornis. De inconsistentie van de fouten en fonologische processen kunnen niet worden verklaard door slapte of verlamming van de spieren die worden gebruikt om te spreken of andere sensomotorische afwijkingen. De problemen in de spraak van volwassenen met een lichte of matige verstandelijke beperking zouden gerelateerd kunnen zijn aan onderliggende oraal-motorische en dyspractische stoornissen zoals spraakapraxie. Logopedisten spelen een belangrijke rol bij de diagnostiek van spraakapraxie.
 

Een interventie gericht op het verbeteren van de verstaanbaarheid van mensen met een verstandelijke beperking bleek succesvol te zijn. Na een jaar was de verstaanbaarheid, woordherkenning en woordbegrip verbeterd en maakte deelnemers minder spreekfouten. Subjectieve metingen toonden aan dat het geven van positieve feedback in een setting waarbij persoonlijke aandacht wordt gegeven en de focus ligt op verbale communicatie, een hoofdfactor kan zijn bij het verbeteren van spraak en taal. Ouders en begeleiders vermelden dat de deelnemers meer initiatief tot communiceren nemen en hun zelfvertrouwen is verbeterd.


Het voorkómen van communicatieve achteruitgang hangt af van voortdurende aandacht voor verbale communicatie en het betrekken van gezondheids-professionals en familie bij de inzet om de problemen in horen en spreken te verbeteren.